Het eerste verschil voel je al bij het opspuiten. Eau de toilette komt sprankelend uit de flacon: veel vluchtige topnoten en alcohol die het geheel opent. Je krijgt direct een frisse wolk om je heen, die na een uur of wat rustiger wordt. Handig als je naar kantoor fietst of tussendoor even wilt opfrissen.
Parfum (extrait) is geconcentreerder. De opening is ronder en minder fel, en de geur plakt wat dichter op je huid. Waar eau de toilette sneller wegzakt, blijft parfum gemiddeld langer aanwezig. Niet per se luider, wel volhardender: na uren ruik je vaak nog een zachte basis van hout, musk of amber wanneer je je pols naar je neus brengt.
Projectie, of sillage, is lastiger te vangen in een getal. Een eau de toilette kan onverwacht ruim uitstralen en in warm weer een lichte sluier om je heen leggen. Een parfum blijft vaker binnen armlengte; je omgeving merkt het vooral in de nabijheid. Dat komt niet alleen door het percentage olie, maar door de hele formule: de verhouding tussen top-, hart- en basisnoten en de gekozen grondstoffen.
Op de huid voelt eau de toilette droger door het hogere aandeel alcohol. Op een gevoelige of heel droge huid kan dat prikkelend zijn. Parfum bevat relatief meer olie en voelt daarom zachter. Toch blijven geurstoffen zelf de grootste prikkelbron, dus test altijd even aan de binnenkant van je pols.
Let ook op gebruiksgemak. Eau de toilette kun je ruimtelijker spuiten en onderweg bijsprayen zonder al te veel na te denken. Parfum vraagt preciezere punten: één tot drie sprays gericht op polsen, hals of borst is vaak genoeg.