|
Beschrijving |
Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog verblijven Sara en haar vriendin Greet in een sanatorium om te herstellen van de ziekte tuberculose. Wanneer Greet's vader, die NSB-er is, eist dat de Joodse Sara moet vertrekken, gaat Sara terug naar haar ouders in Amersfoort. Het is een voorbode van alle maatregelen die tegen de Joden worden genomen die zal leiden tot de deportatie en dood van miljoenen. Sara en haar familie voelen de dreiging, maar kunnen de vreselijke consequenties dan nog niet weten. De Duitse bezetter dwingt hen om gele sterren op hun kleding te naaien en Sara's ouders moeten in de Joodse wijk in Amsterdam gaan wonen. Sara blijft achter, samen met haar broer David en diens vriendin Lottie. Ze krijgen echter ruzie, waarop Sara naar haar ouders in Amsterdam vertrekt. Daar haalt ze de banden weer aan met haar vriendin Greet, die ongeneeslijk ziek is en met haar ouders en broer in een gevorderde Joodse villa woont. Vlak daarna vieren Sara en haar ouders sabbat, wanneer de deurbel gaat. Haar ouders worden opgepakt door de Duitsers, maar Sara slaagt erin via de tuin te vluchten naar David en Lottie. Ze willen naar Palestina, maar op weg naar de trein worden David en Lottie ook opgepakt. Sara ontsnapt en vindt een onderduikadres. Ze overleeft de oorlog, maar zal haar ouders, David en Lottie nooit meer terugzien. |